Parkstad Limburg is het bestuurlijke samenwerkingsverband (plusregio) tussen de Limburgse gemeenten Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Brunssum, Voerendaal, Simpelveld en Onderbanken.
Een groot deel van "Parkstad Limburg" is ook bekend als Oostelijke Mijnstreek en tot 1998 heette het samenwerkingsverband ook 'Streekgewest Oostelijke Mijnstreek'. Het voorvoegsel 'Parkstad' verwijst naar de karakteristieke, ruimtelijke ordening van mijnkoloniën die onderling gescheiden zijn door landbouwgebieden of natuur. Voerendaal, Simpelveld, Nuth en Onderbanken liggen echter in het Heuvelland. De naam Parkstad Limburg is bedacht door de Kerkraadse oud-burgemeester Thijs Wöltgens.
| Gemeente | Inwonertal | Oppervlakte |
|---|---|---|
| Heerlen | 89.347 | 45,50 km2 |
| Kerkrade | 48.054 | 22.17 km2 |
| Landgraaf | 38.697 | 24.69 km2 |
| Brunssum | 29.544 | 17.29 km2 |
| Voerendaal | 12.767 | 31.55 km2 |
| Simpelveld | 11.090 | 16.03 km2 |
| Onderbanken | 8.144 | 21.24 km2 |
| Totaal | 237.643 | 146.92 km2 |
Inhoud |
Parkstad Limburg meet ongeveer 15 bij 20 kilometer en grenst aan twee kanten aan Duitsland. Het landschap bestaat uit een aantal oude beekdalen die door het gebied lopen. De beken zijn in het verstedelijkte deel verdwenen of onzichtbaar gemaakt. In de groengebieden worden zij sinds enkele jaren in hun oude vorm opnieuw vorm gegeven. Het glooiende Parkstad loopt aan de westkant over in het Limburgs Heuvelland en aan de oost- en zuidkant in de uitlopers van de Duitse Eifel. In Kerkrade, in het zuiden, is het Parkstad Limburg Stadion gevestigd, dat onder meer als voetbalstadion dienst doet voor Roda JC. In het noordwesten grenst de regio aan het beekdallandschap van de Westelijke Mijnstreek. Op dit moment is de binnenring in aanleg om de bereikbaarheid tussen de verschillende kernen te verbeteren.
Parkstad Limburg is naast een groen glooiend landschap ook een stedelijk gebied met ruim 240.000 inwoners. De stedelijke bebouwing van de regio concentreert zich op de hogere gedeelten van het beekdallandschap. De stedelijke structuur wordt gevormd door de bebouwing van de kernen Brunssum, Heerlen, Landgraaf en Kerkrade. Deze bebouwing loopt zonder onderbreking van Kerkrade in het zuiden via Heerlen naar Brunssum in het noordoosten en Landgraaf in het zuidoosten door.
In het deel van dit gebied dat bekend staat als Oostelijke Mijnstreek is tussen circa 1900 tot circa 1975 op industriële wijze steenkool gewonnen. Inmiddels zijn alle steenkoolmijnen en mijnterreinen ontmanteld en heringericht als woonwijken, recreatiegebieden of bedrijventerreinen. Deze herstructurering staat bekend onder de naam 'Van zwart naar groen'.
Tot 1 maart 2003 hoorde ook de gemeente Nuth bij Parkstad Limburg. Parkstad Limburg heeft 4 pijlers opgesteld waarvoor samenwerking tussen de gemeenten noodzakelijk is. Bij deze pijlers horen 10 kerntaken (structurele punten van aanpak in de regio). De pijlers en de kerntaken zijn:
Op 15 november 2005 hebben de gemeenteraden van de zeven Parkstadgemeenten ingestemd met deelname aan een plusregio (WGR+), waardoor zij op vier beleidsterreinen bevoegdheden hebben overgedragen aan het Parkstadbestuur.
De reden om de status van plusregio aan te vragen is de voortdurende slechte economische situatie waarin Parkstad Limburg al sinds de sluiting van de mijnindustrie in 1975 verkeert. Zie ook het artikel mijnbouw.
Het openbaar lichaam Parkstad Limburg kent een een Parkstad Raad en een Parkstad Bestuur. De verhouding tussen Raad en Bestuur is te vergelijken met die tussen algemeen bestuur en dagelijks bestuur. De leden van de Raad worden door de gemeenten die aan Parkstad Limburg deelnemen benoemd uit de afzonderlijke gemeenteraden van deze gemeenten. De leden van het Bestuur worden door de Raad aangewezen. Daarbij wordt geselecteerd uit de leden van de verschillende colleges van burgemeester en wethouders.
Voor het besturen van Parkstad Limburg zijn de bestuurders van de Parkstad Raad verantwoording verschuldigd aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten.
Leden met vermelding van de taken binnen het bestuur:
De regio loopt in de demografische ontwikkelingen ongeveer 20 tot 25 jaar voor op het gemiddelde van Nederland.
De regio geldt ook als een van de meest vergrijsde gebieden van Nederland. In 2006 is ongeveer 1 op de 4 inwoners ouder dan 65 jaar (bron: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Op grond van een CBS-prognose (CBS 2006) zal in 2025 ongeveer 1 op de 3 inwoners ouder zijn dan 65 jaar (zie de grafiek Ontwikkeling bevolkingssamenstelling Pl 2006 - 2025). Voor Nederland gemiddeld is de prognose dat in 2025 circa 1 op de 4 mensen 65-plusser is (de situatie die in Parkstad Limburg reeds in 2006 ingetreden is). Onderstaande tabel laat de verwachte percentuele veranderingen voor 3 leeftijdsgroepen zien:
| Leeftijdsgroep | 2006 | 2025 | stijging/daling |
|---|---|---|---|
| 0 - 20 jaar | 50 098 | 38 323 | -24% |
| 20 - 60 jaar | 133 524 | 98 821 | -26% |
| 60 - 100 jaar | 57 542 | 70 342 | +22% |
Naast de ontgroening (minder jongeren) en de vergrijzing (meer ouderen) is ook de sterke daling van de groep in de arbeidsproductieve leeftijd 20 tot 60 jaar opmerkelijk.
Ook wat betreft de daling van de bevolking loopt de regio voor op de rest van Nederland. De CBS-prognose (CBS 2006) gaat uit van een bevolkingsdaling van meer dan 30.000 inwoners in de periode 2006-2025. De daling van het inwonertal is in 1997 ingezet en heeft verstrekkende sociale en economische gevolgen voor de regio. Zie ook de grafiek 'Bevolkingsontwikkeling 2006 - 2025 per grootstedelijke agglomeratie'. Deze grafiek geeft de verwachte ontwikkeling per grootstedelijke agglomeratie weer. De grootstedelijke agglomeratie Heerlen bestaat op grond van de CBS-definitie uit de gemeenten Heerlen, Kerkrade, Landgraaf en Brunssum en omvat dus niet de gemeenten Simpelveld, Voerendaal en Onderbanken.
In de periode 1900 tot 1960 draaide de economie in de regio voornamelijk rondom de steenkoolwinning. De streek, ook wel de Oostelijke Mijnstreek genoemd, behoorde tot de welvarendste gebieden van het land. In 1955 stonden de vier grootste gemeenten (Heerlen, Kerkrade, Brunssum en Landgraaf) uit de streek in de top 25 van gemeenten met het hoogste aantal hoge inkomens (zie afbeelding 'Ranglijst gemeenten met aantal hoge inkomens').
Na 1960 kreeg de steenkool snel concurrentie van andere andere energiebronnen zoals olie en gas. In 1965 werd door het kabinet besloten om de mijnindustrie te sluiten omdat de exploitatie niet langer rendabel was. Veel hoger opgeleide werknemers trokken in de periode 1960 - 1970 weg uit de regio om elders te gaan werken. In 1975 werd de laatste steenkoolmijn in de regio gesloten. Met de sluiting van de steenkoolmijnen verdween een groot aantal banen.
In de periode vanaf 1970 is geprobeerd de economie te herstructureren. Dit is grotendeels gelukt maar de regio behoort niet langer meer tot de welvarendste gebieden van het land. In 1975 waren de vier grote Parkstadgemeenten reeds op de bodem (van de lijst met 570 gemeenten) van de ranglijst van hoge inkomens aanbeland (zie afbeelding 'Ranglijst gemeenten met aantal hoge inkomens').
De vervangende werkgelegenheid concentreert zich vooral in de industrie en de niet-commerciële dienstverlening. Vanaf 1980 heeft de economie in de regio het zwaar te verduren van de toenemende concurrentie uit lagelonenlanden. In deze periode verdwijnt ook weer veel werkgelegenheid in de industrie.
De arbeidsparticipatie in de regio is sinds jaar en dag de laagste van Nederland en het opleidingsniveau van de beroepsbevolking eveneens. Het aantal huishoudens met een uitkering is het hoogst van Nederland in het stadsgewest Heerlen (volgens de CBS-definitie van 'stadsgewest Heerlen' is dit het gebied van Parkstad Limburg inclusief Nuth). Zie ook de afbeelding 'Aantal uitkeringen per 1000 huishoudens ...'). Ook het aantal mensen werkzaam in de sociale werkvoorziening is in de regio hoger dan elders. De reden hiervan is dat na de mijnsluiting veel oudmijnwerkers in de sociale werkvoorziening zijn beland.
De lange termijn vooruitzichten voor de regio zijn niet rooskleurig. De ontwikkeling van de werkgelegenheid blijft volgens de laatste prognose van het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI 2006) ook voor de periode 2006-2011 flink achter bij die van de rest van Nederland. Als oorzaak wordt door het CWI de bevolkingsdaling genoemd. Daarnaast heeft het lage opleidingsniveau van de beroepsbevolking en de voortgaande sanering in de industrie een negatief effect op de economische ontwikkeling.
Van diverse kanten wordt geprobeerd de economische structuur van de regio te versterken. De provincie Limburg heeft in 2005 in reactie op de kabinetsnota Pieken in de delta, waarin voor Nederland de hoofdlijnen van de toekomstige economische ontwikkeling zijn benoemd, de Versnellingsagenda' vastgesteld. In de Versnellingsagenda zijn 3 projecten opgenomen die de regio een op technologie en innovatie gerichte impuls moeten geven. Voorts zijn de gemeenten Maastricht, Sittard-Geleen en Heerlen een samenwerking onder de naam Tripool Zuid-Limburg gestart. Deze samenwerking is erop gericht de economische structuur van Zuid-Limburg te versterken. Ook de bestuurlijke regio Parkstad Limburg zelf probeert hard aan de weg te timmeren om de economische structuur voor de toekomst te verbeteren. Voorts is in de regio ook de publiek-private Ontwikkelingsmaatschappij Parkstad Limburg actief die met een aantal projecten voor nieuwe economische impulsen probeert te zorgen.
De regio kent een gevarieerd aanbod van onderwijs- en kennisinstellingen. In Heerlen is de Open Universiteit gevestigd.
stock | retire | vm
Why are we here?
All text is available under the terms of the GNU Free Documentation License
This page is cache of Wikipedia. History