Marcus Bakker (Zaandam, 20 juni 1923) was een Nederlands politicus van de Communistische Partij van Nederland (CPN). Gedurende geruime tijd was hij fractievoorzitter van de partij in de Tweede Kamer.
Bakker was een van de jongeren die opkwamen in de CPN toen die door de vele arrestaties in de Tweede Wereldoorlog veel leden was kwijtgeraakt. In 1943 werd hij lid van de illegale CPN. Na de oorlog was hij redacteur van het dagblad De Waarheid en vanaf 1946 ook partijbestuurder.
In 1953 werd Bakker, zoon van een boekhouder van het slachthuis in Zaandam, hoofdredacteur van De Waarheid, en in 1956 lid van de Tweede Kamer. Hij was een vertrouweling van de Moskou-getrouwe partijleider Paul de Groot, die streng optrad tegen afwijkende stromingen binnen de partij. Bakker was auteur van het "rooie boekje" met de titel De CPN in de oorlog (1958), dat leidde tot het royement van bekende partijleden als Gerben Wagenaar, Henk Gortzak, Frits Reuter en Bertus Brandsen die in dit boekje door Bakker als 'spionnen' werden ontmaskerd.
In 1956 juichte Bakker openlijk het neerslaan toe van demonstraties uit solidariteit met de slachtoffers van de bloedige opstand in het Poolse Poznan, de aanleiding voor de Hongaarse opstand. In De Waarheid schreef hij "hopelijk zal het snel lukken met dit gespuis korte metten te maken".
Kritiek op de Sovjet-Unie werd door Marcus Bakker niet geaccepteerd. Naar aanleiding van het boek Met twee potten pindakaas naar Moskou dat de hoogleraar Slavische Letterkunde prof. Karel van het Reve in 1970 publiceerde over zijn correspondentschap in Moskou voor Het Parool, schreef Bakker in De Waarheid een kritiek tegen Van het Reve, waarin hij hem betitelde als "renegaat" en "CIA-spion".
Als fractievoorzitter in de Tweede Kamer was Bakker een geestig en scherpzinnig redenaar. Enkele hoogtepunten uit zijn parlementaire bestaan waren de debatten over de vrijlating van Duitse oorlogsmisdadigers.
In 1982 droeg Bakker het partijleiderschap over aan Ina Brouwer. Hij heeft zich niet ingelaten met de gesprekken die leidden tot het opgaan van de CPN in GroenLinks in 1991. In 1999 zegde hij zijn lidmaatschap van GroenLinks op, toen die partij akkoord ging met de NAVO-bombardementen op Joegoslavië.
In 1983 verschenen zijn memoires onder de titel Wissels - Bespiegelingen zonder berouw. Hierin kritiseert Bakker zijn eigen aandeel in de Koude-Oorlogsgeschiedenis, zonder hiervoor spijt te betuigen. Hij noemt het terecht dat de CPN in 1982 het rode boekje had ingetrokken als partijdocument. Over het verdacht maken van partijgenoten in de jaren vijftig schrijft hij: "...Onjuist was dat een bepaalde politiek verklaard werd met het min of meer duister geoordeelde handelen van enkelen, en dat aan die politiek vervolgens weer conclusies met betrekking tot die personen werden verbonden." Later zou hij in interviews benadrukken dat dergelijke fouten in het licht van de tijd moeten worden bezien. Het was in die tijd nu eenmaal geen pretje om communist te zijn. Bakker heeft nooit afstand genomen van het communisme als ideologie, dat hij als een 'eerlijke zaak beschouwde. Wel voelde hij zich 'gebruikt' door het totaal verworden socialisme zoals dat in Oost-Europa bestaan had. Vooral de onthulling dat het Bloedbad van Katyn toch door het Sovjet-regime gepleegd bleek te zijn en niet door de nazi's, was een enorme desillusie.
'Vergeven zal ik ze niet' - interview door Peter Vermaas in De Groene Amsterdammer, 5 mei 1999
| Voorganger: S. de Groot |
CPN-fractievoorzitter Tweede Kamer 1963-1982 |
Opvolger: I. Brouwer |
| Sociaal-Democratische Partij - Communistische Partij Holland - Communistische Partij van Nederland |
|---|
|
Volksvertegenwoordigers: Tweede Kamerleden (CPH) · Eerste Kamerleden (CPN) · Tweede Kamerleden (CPN) |
stock | retire | vm
Why are we here?
All text is available under the terms of the GNU Free Documentation License
This page is cache of Wikipedia. History